Het Conflict in een Notendop

Sinds het begin van de jaren 90 wordt de Sudanese overheid ervan beschuldigd een zogenaamd "Arab Apartheid" campagne gevoerd te hebben. De Afrikaanse bevolking in het land werd meer en meer onderdrukt en konden geen banen meer krijgen in de overheid. Het conflict in Darfur begon in maart 2003 toen de rebellen groepen SLM/A (Sudan Liberation Movement / Army) en de JEM (Justice and Equality Movement), die strijden voor gelijkheid binnen Sudan, samen de verantwoordelijkheid opeisten voor een aanslag op het vliegveld van Al-Fashir, waarbij 75 soldaten werden gedood, en tientallen gegijzeld. De Janjaweed, bestaand uit verschillende bendes kamelen-herders uit Noordelijke stammen, is daarna bewapend en getraind door de Sudanese overheid om een einde te maken aan deze opstand. De Janjaweed heeft in de jaren hierna, volgens velen in samenwerking met de overheid, dorpen geplunderd en verbrand, en de bevolking uitgemoord en verkracht. Volgens gegevens van de UN zijn er tussen de 300,000 en 330,000 mensen omgekomen en een totaal van 2,850,000 mensen gevlucht voor het geweld. De Sudanese overheid ontkent tot nu toe alle banden met de Janjaweed.

Op dit moment zijn er, volgens het UNHCR in Sudan een ruime 4.8 miljoen vluchtelingen en binnenlandse ontheemden (BLO's). Dat is ongeveer 12% van de totale bevolking van het land. Het grootste gedeelte van deze vluchtelingen en BLO's, bijna 65%, bevindt zich in de regio Darfur, waar zich in de afgelopen jaren een bloedig conflict heeft voorgedaan.

Sinds februari 2010, is er een staakt-het-vuren tussen strijdende partijen. Er zijn vele gesprekken op gang gezet om echte vrede te bewerkstelligen, maar die gesprekken lopen vaak vast op zaken als schadevergoeding voor de slachtoffers en eigen bestuur in Darfur. Ondanks dat er nog steeds dreiging is, zijn vele vluchtelingen en BLO's begonnen met het terugkeren naar hun dorpen om daar een "nieuwe start" te maken. Vele van deze mensen hebben maanden of zelfs jaren in vluchtelingkampen gezeten onder barre omstandigheden. In deze kampen zijn vaak vele organisaties bezig met het leveren van allerlei levensbehoeften, zoals water, voedsel, onderdak, etc. In sommige kampen was er zelfs toegang tot onderwijs voor kinderen en tieners, in andere kampen soms helemaal niet. Als mensen eenmaal terugkeren naar hun dorpen zijn er een gering aantal organisaties die helpen, en vaak zijn de mensen weer op zichzelf aangewezen. In hun dorpen zal alles weer opnieuw moeten worden opgebouwd, en daar willen wij bij helpen.

Meer informatie (engels)